Er zijn heel veel voorbeelden te vinden van zelfbewuste vrouwen met een hoofddoek, zoals Fatima Elatik, stadsdeelwethouder in Amsterdam en eerste Nederlandse advocate met een hoofddoek Drs. Famile Arslan. Deze vrouwen zijn alleen maar verrijking voor de Nederlandse samenleving. Tophoofddoeken.nl heeft een aantal van hen geinterviewd.
Famile Arslan
Geen voorbeeldfunctie
In de advocatenwereld lopen niet veel moslimvrouwen en helemaal niet met hoofddoek. De Turkse Famile Arslan valt dus op. Voor Famile is dit juist iets positiefs. “Omdat je erg nadenkt over je achtergrond, je keuze voor een hoofddoek wordt je sterker. Sowieso zijn wij migrantenvrouwen niet zo fragiel, we hebben een sterke persoonlijkheid.”
Famile was 12 toen ze haar eerste hoofddoek droeg. “Dit was echt een culturele hoofddoek, je moest er één dragen. Toen ik ongeveer 16 was, ben ik er echt bewust mee aan de slag gegaan. Ik ging hem anders dragen en ging ook bidden.” In de Nederlandse maar ook in de Turkse gemeenschap was dit ongebruikelijk. De vragen over het waarom en de vooroordelen van onderdrukking kwamen van beide kanten. “Ik werd er alleen maar sterker van omdat ik er goed over nagedacht had. Ik stond achter mijn keus.”
Toen begon haar weg naar het advocatenbestaan. Na de lagere school kreeg ze advies huishoudschool (een middelbare school waar vrouwen leerden het huishouden doen, nu vergelijkbaar met vbo ). De reden: Famile zou toch weer terug gaan naar Turkije, dus waarom haar dingen leren waar ze in Turkije niets aan had. Haar vader was kwaad en hield haar een jaar thuis. In dat jaar had Famile besloten om advocaat te worden, al wist ze niet precies wat het inhield. Ze mocht naar de mavo, daarna volgde de havo, HBO maatschappelijk werk en maakte ze haar universitaire opleiding Rechten af. Nu heeft ze ongeveer zes jaar een eigen advocatenpraktijk in Den Haag. “Het was niet altijd makkelijk. Toen ik rechten studeerde dachten mensen dat ik een dochter was van een rijke oliesjeik of een Iraanse vluchteling. De dochter van een Turkse gastarbeider kwam nooit in ze op.” Nu nog steeds als ze in de rechtszaal aankomt, wordt ze niet vaak aangesproken als advocaat. Famile maakt er vaak maar een geintje van. “Ach, je moet de humor er ook van in zien. Als de portier van de rechtbank tegen me zegt op luide toon ‘Dit is rechtbank, jij weet?’ zeg ik vaak: ‘dank u, dan zit ik hier goed’. Haha dan kijken ze even raar.”
Toch geeft Famile later oprecht toe dat als haar hoofddoek ooit een obstakel voor haar was geweest, ze hem had afgezet. “Maar dat was niet mijn eigen keuze geweest. Ik hoor het ook wel vaker om me heen, meiden die de doek afdoen omdat het een belemmering is. Dat moet iedereen zelf weten, soms staan ze ook niet meer achter die doek. Je moet wel altijd jezelf blijven.” Het argument dat een hoofddoek in de rechtszaal niet kan omdat de Nederlandse rechtspraak onpartijdig en onafhankelijk moet zijn wuift Famile weg. “Het is voor een advocaat helemaal anders omdat je die mag kiezen zoals ik mijn klanten mag kiezen. Maar een rechter met een hoofddoek vind ik hetzelfde. Niemand in dit land is neutraal en het is er naïef om dat wel te geloven. Er is geen juridisch argument waarom vrouwen met hoofddoek geen rechter kunnen worden.” Famile strijdt niet alleen voor vrouwen met hoofddoek maar vooral voor vrouwen in het algemeen. Volgens haar ligt daar de grondslag van het probleem. Vrouwen krijgen in dit land geen gelijke kansen. “Als mensen praten over een mannelijke advocaat zeggen ze vaak: ‘die is goed!’. Maar als ze het over vrouwen hebben is het meer: ‘die ziet er leuk uit!’ Dat is toch eigenlijk te gek voor woorden.”
Door haar wijze en rustig uitgesproken woorden over de ongelijkheid en haar hoofddoek wordt Famile vaak aangemerkt als een voorbeeld. Daar heeft ze moeite mee. “Dat zou betekenen dat vrouwen naar me opkijken. Maar dat wil ik niet. Ik zou tegen alle bezoekers van deze website willen zeggen, wees beter dan ik zelf ooit geweest ben. Neem geen genoegen met wat ik bereikt heb maar ga voor meer. Don’t imitate, innovate!!”




